Stoppen met werken berekenen
Vul je spaargeld, je maandelijkse inleg, je verwachte rendement en je AOW in en zie hoe je vermogen zich tot je 100e kan ontwikkelen, in euro's van nu.
VrijVermogen · Geluksplanner
Gratis tool · Geen account nodig
Zie wat hetzelfde geld wordt op een spaarrekening en in een indexfonds, jaar voor jaar — en hoe je plan het gedaan zou hebben door elke hausse en crash van de S&P 500, MSCI World en STOXX Europe 600.
Kies het land waarvan de belasting- en pensioenregels voor jou gelden. De valuta en de startbedragen volgen mee.
Gemiddeld rendement per jaar, samengesteld, met herbelegd dividend, vóór kosten en belasting. Tik op een cijfer om ermee te rekenen.
Tot en met 2025. S&P 500 en schatkistpapier: A. Damodaran, NYU Stern. MSCI World: MSCI, brutorendement in dollars. STOXX Europe 600: STOXX, nettorendement in euro's.
Vul je spaargeld, je maandelijkse inleg, je verwachte rendement en je AOW in en zie hoe je vermogen zich tot je 100e kan ontwikkelen, in euro's van nu.
Spaar je voor een reis, een auto of een buffer? Vul je doel, je saldo en je maandelijkse inleg in en zie wanneer je er bent en wat de rente bijdraagt.
Een huis kopen, of huren en het verschil beleggen? Vergelijk het jaar voor jaar — hypotheek, huurstijging, onderhoud en belasting — en zie wanneer kopen het inhaalt.
Vul in wat je hebt en wat het opbrengt, en zie wat de Belgische fiscus dit jaar inhoudt — roerende voorheffing, meerwaardebelasting en effectentaks volgens de regels van 2026.
Je inkomen, je leeftijd en wat er al is gestort: zie de ruimte die dit jaar nog over is voor pensioensparen, langetermijnsparen en VAPZ, en wat de belastingvermindering oplevert.
Bereken gratis je jaarruimte en reserveringsruimte voor 2026: hoeveel lijfrentepremie je mag aftrekken, wat de lijfrenteaftrek je teruggeeft en of een lijfrente netto meer oplevert dan zelf beleggen. Met de belastingregels van 2026, zonder account.
Jaarruimte berekenen 2026 — lijfrenteaftrek en reserveringsruimte
Bereken gratis je box 3-belasting over 2023 tot en met 2026: het forfaitair rendement op je spaargeld en beleggingen, het heffingvrij vermogen, je fiscaal partner en schulden, stap voor stap. Vergelijk het forfait met je werkelijke rendement (tegenbewijsregeling) en zie wat box 3 in 2027 voor jou betekent.
Box 3 berekenen 2026 en 2027 — gratis rekentool vermogensbelasting
Een illustratie, geen advies. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst: indices kunnen hard dalen en jarenlang laag blijven, en je eigen beleggingen doen het anders. De indexrendementen zijn totaalrendementen met herbelegd dividend, in de eigen munt van de index, vóór kosten en belasting; de rekentool rekent met de kosten, de inflatie en de vereenvoudigde belastingregels die je ziet, en houdt die elk jaar gelijk.
Twee potjes krijgen precies hetzelfde geld: je startbedrag vandaag en aan het eind van elke maand hetzelfde bedrag. Het ene is een spaarrekening tegen de rente die je invult. Het andere is een indexfonds dat het rendement maakt dat je invult, min de jaarlijkse kosten van het fonds en je broker. Elke maand groeien ze eerst; daarna komt het geld van die maand erbij.
De belasting volgt de regels van het land dat je kiest. In Nederland belast box 3 beide potjes elk jaar, over een forfaitair rendement dat voor beleggingen hoger is dan voor spaargeld. In België wordt spaarrente belast in het jaar dat je haar krijgt en koerswinst één keer, bij verkoop. Elk bedrag op deze pagina is wat je overhoudt na opnemen.
De geschiedenis laat zien wat het gemiddelde verbergt. De rekentool laat je plan door elke periode van dezelfde lengte in de indexcijfers lopen — beginnend vlak voor de crash van 1929, in de oliecrisis van 1973, op de top van de internetbubbel in 2000 — met het echte rendement van elk jaar. De gekleurde band loopt van de slechtste tot de beste; de weergave Historie telt in hoeveel van die periodes beleggen het won van de spaarrekening, voor elke beleggingsduur vanaf één jaar.
De indices: de S&P 500 (500 grote Amerikaanse bedrijven, cijfers vanaf 1928), de MSCI World (de ontwikkelde wereld, vanaf 1970) en de STOXX Europe 600 (Europa, vanaf 1992). Het zijn totaalrendementen: dividend herbelegd, in de eigen munt van de index, vóór kosten en belasting.
De geschiedenis hierboven is de ervaring van een paar markten; onderzoek over landen en eeuwen heen zet haar in perspectief — de sterkste bevindingen, en de waarschuwingen.
In 16 rijke landen leverden aandelen van 1870 tot 2015 zo'n 7% per jaar op na inflatie, veilig kortlopend spaargeld zo'n 1% (Jordà e.a., 2019). In de Verenigde Staten was het verschil van 1889 tot 1978 vrijwel even groot — 7,0% tegen 0,8% — zo groot dat economen het de equity premium puzzle noemden (Mehra & Prescott, 1985).
In de cijfers op deze pagina versloeg de S&P 500 Amerikaans schatkistpapier in twee van de drie jaren, en in elke periode van 20 jaar sinds 1928. Maar in 39 ontwikkelde landen sinds 1841 had een belegger met een horizon van 30 jaar nog steeds 12% kans om onder de inflatie te eindigen — alleen Amerikaanse cijfers suggereren zo'n 1% (Anarkulova, Cederburg & O'Doherty, 2022). En hoe langer je belegt, hoe groter een tekort kan zijn als het misgaat (Bodie, 1995).
De meeste afzonderlijke Amerikaanse aandelen deden het over hun hele beursleven slechter dan schatkistpapier; zo'n 4% van de bedrijven is goed voor de volledige nettowinst van de aandelenmarkt sinds 1926 (Bessembinder, 2018). Een indexfonds bezit die paar winnaars automatisch — wie een handvol aandelen kiest, mist ze meestal.
Vóór kosten verdient de gemiddelde actief beheerde dollar het marktrendement; na kosten moet hij minder verdienen (Sharpe, 1991). Amerikaanse beleggers leverden van 1980 tot 2006 zo'n 0,67 procentpunt per jaar in door te proberen de markt te verslaan (French, 2008), en de winnende fondsen van vorig jaar herhalen dat zelden (Carhart, 1997). Over tientallen jaren wordt een fractie van een procent een flink bedrag.
De huishoudens die het meest handelden, haalden 11,4% per jaar terwijl de markt 17,9% opleverde (Barber & Odean, 2000). Verliezen wegen zwaarder dan even grote winsten (Kahneman & Tversky, 1979), en vaak naar je portefeuille kijken laat aandelen riskanter voelen dan ze zijn over je echte horizon (Benartzi & Thaler, 1995). Een vast maandbedrag dat je met rust laat, haalt de timing eruit.
Van 39 aandelenmarkten in de twintigste eeuw had de Amerikaanse de hoogste reële koersstijging, ruim boven de middelste markt; veel andere werden onderbroken door oorlog, onteigening of lange crises (Jorion & Goetzmann, 1999). Brede, internationale spreiding zoals de MSCI World verdeelt dat risico — en het lagere rendement van de STOXX Europe 600 sinds 1992 laat zien dat het record van de S&P 500 geen vanzelfsprekendheid is.
Nee. Binnen een paar jaar kan een index 40% of meer dalen — de MSCI World verloor 40% in 2008 — en het herstel kan jaren duren. Geld dat je binnen een jaar of vijf nodig hebt, zoals een buffer of de eigen inbreng voor een huis, hoort op een spaarrekening. Voor geld dat je tien jaar of langer kunt laten staan, pleit de geschiedenis voor beleggen, zonder garantie.
De rekentool begint bij het gemiddelde van de index sinds het begin van de cijfers. Dat is het verleden, geen belofte: rendementen verschillen per decennium, en sommige onderzoekers verwachten voor de komende decennia minder dan de afgelopen eeuw opleverde. Probeer ook eens voorzichtige 5 of 6%, en kijk naar de band: die laat zien hoe ver echte periodes van het gemiddelde afweken.
Die heeft de langste betrouwbare reeks, bijna honderd jaar. De rendementen zijn, net als die van de MSCI World, in dollars: voor een belegger in euro's komen de schommelingen van de dollarkoers er nog bij. De STOXX Europe 600 is in euro's, maar de cijfers beginnen pas in 1992, dus er zijn minder lange periodes om van te leren.
Met de regels van dit jaar van het land dat je kiest, vereenvoudigd en elk jaar gelijk. In Nederland belast box 3 spaargeld en beleggingen elk jaar over een forfaitair rendement, of over het werkelijke rendement als dat lager is. In België betaal je roerende voorheffing op spaarrente boven de vrijstelling en sinds 2026 meerwaardebelasting als je je beleggingen verkoopt. Onder 'Meer aannames' zie en wijzig je de tarieven.
Inflatie verlaagt wat je met je geld kunt kopen. Ligt de rente onder de inflatie, dan groeit je saldo terwijl je koopkracht krimpt. De tegels tonen beide uitkomsten ook in geld van nu, bij de inflatie die je onder 'Meer aannames' invult.
Een beleggingsrekening bij een bank of broker, en de keuze voor een fonds. Een indexfonds (vaak een ETF) volgt een hele markt tegen lage kosten; let op de jaarlijkse kosten (de TER) en de kosten van je broker. Veel mensen houden eerst een buffer van een paar maanden uitgaven op een spaarrekening.
Volg je spaarrekeningen, fondsen en aandelen in VrijVermogen naast je woning en pensioen, en houd je plan tot je 100e bij.